In NRC Handelsblad van 30 augustus maakt Arnold Heumakers de balans op: welke schrijven verdienen het om te blijven. ‘Al wat ouder maar pas sinds kort publicerend is A.H.J. Dautzenberg, wiens kruistocht tegen het nieuwe moralisme mijn sympathie heeft, omdat hij zich engageert met een club (pedofielenvereniging Martijn) waarvoor niemand sympathie opbrengt: een principieel standpunt. Als schrijver verdient hij zijn plek met Extra tijd, een ongegeneerd rauwe hommage van een zoon aan zijn stervende vader, door het soms heel directe sentiment even ongemakkelijk als zijn engagement. Ongemakkelijkheid lijkt me een literaire verdienste, aan gladde communicatie hebben we niets.’

Ook steun van Tommy Wieringa, in zijn column van 31 augustus in de GPD-bladen: ‘Onlangs kreeg ik van de Tilburgse schrijver Anton Dautzenberg een lijst toegestuurd van de vernielingen aan het huis van Uittenbogaard – manifestaties van volkswoede jegens een niet-veroordeelde pedofiele man (…) Dautzenberg heeft welsprekend en terzake de rechten van pedofielen verdedigd, ik bewonder zijn principiële methode, die hem weinig geliefd heeft gemaakt en veel heeft gekost.’