Vogels met zwarte poten kun je niet vreten

Juryrapport Selexyz Debuutprijs 2011:
Deze verhalenbundel slaat de grond onder de voeten van zijn lezers weg. Hij schuurt, jeukt, ontregelt en wekt beurtelings wrevel, afschuw, verwondering en vertedering op. Bij Dautzenberg vloeien werkelijkheid en surrealisme naadloos in elkaar over. Zoals in het verhaal waarin bij een doorsneegezin op kerstavond een koppeltje vechtende negers in een kartonnen doos wordt bezorgd, of dat waarin een jongen verliefd wordt op een puincontainer. ‘Al lang geleden heb ik de ethiek afgezworen’, zegt een van zijn personages ergens. Het zou een uitspraak van Anton Dautzenberg zelf kunnen zijn.

NRC Handelsblad:

Het debuut van het jaar: absurde, sadistische en liefdevolle verhalen laten zien dat er nog gevaarlijke schrijvers rondlopen in Nederland

Trouw:
Van de debutanten maakt vooral A.H.J. Dautzenberg indruk (…) Dit debuut werkt op allerlei manieren aangenaam ontregelend: door Dautzenbergs gevoel voor het fantastische, doordat hij iets te raden over laat, en omdat deze mysticus à la Reve je aanzet tot nadenken. Dat is een indrukwekkende prestatie

NRC Next:
Met A.H.J. Dautzenberg heeft zich een nieuw talent aangediend, dat debuteert zoals het hoort: met lef, bezetenheid en een beetje zelfoverschatting (…) Dautzenberg weet het allemaal zó op te schrijven dat zelfs de krankzinnige wendingen in zijn verhalen je overtuigen (…) Hij schrijft beter en is grappiger dan Ilja Leonard Pfeijffer

Het Parool:
In de literatuur is er geen stroming die met heavy metal in verband te brengen valt. Met het debuut van A.H.J. Dautzenberg is daar verandering in gekomen (…) Natuurlijk kan een boek niet zo veel lawaai maken als muziek, maar het is hier vooral de aanpak, de heftige stijl, de ongeremdheid, de ongebruikelijke brutaliteit waarmee Dautzenberg te werk gaat (…) Zijn proza is zeer dwingend, met hondsbrutale metaforen en een onthutsende nonchalance (****)

De Groene Amsterdammer:
Doorgeslagen absurdisme kenmerkt deze prettig anarchistische bundel (…) De verhalen bulken van het reviaans katholicisme, het kafkaësk surrealisme en het hermansiaanse sadisme (…) Humor van het rauwe, bittere soort is Dautzenbergs belangrijkste stijlmiddel (…) Het boek is brutaal, verfrissend brutaal

Nieuwe Revu:
Wanneer mensen een waas voor hun ogen krijgen van je verhalen, heb je echt heavy metal geschreven (…) De verhalen zijn hard, donker en ze wringen. Slayer op papier

VPRO Gids:
Absurde, hilarische en ongemakkelijke verhalen, volstrekt origineel en gespeend van ieder gevoel voor fatsoen (…) Sommige verhalen doen je ongemakkelijk draaien op je stoel, andere doen je hinniken van het lachen

8 Weekly:
Wie aan Vogels met zwarte poten kun je niet vreten begint, moet zowel een dikke huid als een sterke maag hebben (…) Dautzenbergs doorgaans goedgeschreven verhalen zijn moreel verontrustend, pervers, abject, schokkend en vervreemdend. Wie ze leest kan lijntjes leggen naar Marquis de Sade, naar J.M.A. Biesheuvels absurdistische vertellingen en naar experimenteel proza à la Jorge Luis Borges (…) Een opmerkelijk geluid in de Nederlandse letteren’

De Standaard der Letteren:
Een mallemolen van gekke ideeën, stijloefeningen en hoogkwalitatieve nonsens om de pen mee te scherpen. Het waren geen vogels met zwarte poten, maar de geest van Haruki Murakami die over deze wateren zweefde: je hoort zijn echo in de alledaagsheid en het absurdisme dat onverhoeds kantelt in ongemak en verwondering (…) Vogels met zwarte poten… gaat van shockeffect naar shockeffect en deed tweehonderd bladzijden ontzettend hard z’n best om op te vallen. Interessant, maar met een korte adem

Het Financieele Dagblad:
Dautzenberg maakt het nog gekker dan J.M.A. Biesheuvel (…) Sinds J.M.A. Biesheuvel die brommers op zee liet rijden en alpinisten liet oefenen tegen de gevels van flatgebouwen, heeft niemand het zo zout geserveerd als Dautzenberg

Proria Cures:
Sommige schrijvers laat je niet op je kinderen passen. A.H.J. Dautzenberg is zo’n schrijver. In zijn debuut toont hij subtiel aan waarom (…)  Een verhalenbundel blijft een grabbelton, niets beklijft. Het is een natte zoen van de vergetelheid, de eerste stap om een writers writer te worden. Dat zou zonde zijn, want schrijven kan hij wel degelijk

Dagblad De Pers:
Het mooie aan Dautzenbergs verhalen is dat je nooit weet uit welke hoek de wind waait (…) Zijn gruwelijke verhalen zijn vaak bloedmooi opgeschreven (…) Dautzenberg zoekt de grenzen van hemzelf en zijn lezer steeds op. Kerst was nog nooit zo zwart humoristisch en weerzinwekkend tegelijk

De Contrabas:
Beste proza van 2010: A.H.J. Dautzenberg (…) Het is een heerlijk boek, waarin man en paard niet alleen worden genoemd, maar ook tot daden overgaan (…) De verhalen van Dautzenberg bevatten vele plekken waar de gemiddelde lezer liever niet komt. Dat wil niet zeggen dat die plekken er niet zijn. De schrijver Dautzenberg laat ze zien en banjert er een tijdje, verlekkerd, rond. Zijn verhalen zijn daarvan het bijna-objectieve verslag. Een oordeel vellen, daar bezondigt hij zich niet aan

Cutting Edge:
De personages van Dautzenberg verlangen wanhopig, maar steken hun verlangen weg achter een masker van normaliteit en banaliteit, net zoals wij allemaal (…) Dautzenberg toont onbarmhartig, rauw en puur aan dat de mens een ziek beest is, hoezeer hij ook probeert beschaafd te zijn. En je herleest Dautzenberg, omdat je toch niks beters te doen hebt, en je voelt je beter. Je bent niet alleen (****)

Brabants Dagblad:
Gruwelijke verhalen soms, maar vaak bloedstollend mooi opgeschreven (…) Hij verwart en zoekt voortdurend de grenzen op (…) Het ene moment ontroert hij met tedere verhalen over een avondje bejaardenbingo, het andere moment leef je mee met een meisje dat met grote gretigheid wordt gestenigd

De Tilburgsche Koerier:
Dautzenberg is in Tilburg lange tijd terecht verguisd, vanwege zijn polemische retoriek en zijn afkeer van de gezellige worstenbroodjescultuur en levenslieddictatuur (…) Dat afschuwelijke Limburgse accent heeft hij na een verblijf van twintig jaar in onze stad nog altijd niet afgeleerd

Dagblad De Limburger:
A.H.J. Dautzenberg is absurd, onbeschoft, morbide, smerig en ronduit weerzinwekkend. Een zieke geest, gevormd door de bekrompen Oostelijke Mijnstreek (…) Maar behalve confronterend, morbide en smerig is hij ook ongrijpbaar, romantisch en zwartgallig grappig. Albert Camus op een pallet van David Lynch met een vleugje Reve

Leestafel:
Met die zagen op de omslag en de bevreemdende titel heb je geen idee wat je kunt verwachten, en na een paar verhalen weet ik dat eigenlijk nog steeds niet (…) De verhalen beginnen allemaal gewoon, maar de woorden rijgen zich aaneen op eeen heel eigen manier, en ten slotte zit de draad danig in de war. Wat is normaal, kun je dan vragen. Tja. Bij Dautzenberg weet je dat niet

Zuiderlucht:
Dautzenbergs stijl is rauw. Lezers met een zwakke maag kunnen Vogels met zwarte poten beter mijden (…) Dautzenberg speelt voortdurend met de vage grens tussen waarheid en verdichting, tussen realisme en surrealisme (…) Van Oekeliaanse omhaal van woorden die zo uit de pen van Wim T. Schippers had kunnen vloeien

Univers:
Hij weet de vinger op de zere plek te leggen, of zijn verhalen nu over het leven, de dood of de economie gaan (…) Wie de moeite neemt om Dautzenberg te lezen, wordt onherroepelijk meegesleurd door zijn vreemde amalgaam van realisme en absurdisme

Tilburg Virtueel:
Verbijsterend, verwarrend en vooral… ongelofeloos ontregelend

De Jaap:
Dautzenberg is een meester om zaken op te schrijven zonder ook maar iets los te laten over welk moreel oordeel dan ook (…) Als er gezocht moet worden naar de Nederlandse Grote 10 absurdisten dan is A.H.J. Dautzenberg ze alle tien tegelijk (…) Je verwacht een logische structuur, je krijgt David Lynch in lettervorm

Zwart Goud:
Niets is wat het lijkt; de meest idiote gedachten leiden tot een amorfe droomwereld die bezit neemt van personages en lezer (…) Associatief dagdromen tot in het oneindige, waarin het onaannemelijke aannemelijk wordt en het ongepaste in je smoel wordt gesmeten (…) Dautzenberg gooit de werkelijkheid aan diggelen om te komen tot een tegengif voor het in zwang zijnde populisme en onderbuikgevoel

Biblion:
Een bundel vol vreemde en absurdistische verhalen, waarvan de strekking soms moeilijk te doorgronden is (…) Het verhaal over de jongen die verliefd wordt op een vuilcontainer is zonder meer hilarisch. Het moeilijke van korte verhalen is dat de schrijver in weinig tijd de lezer moet weten te boeien en als het kan verdwaasd of verbaasd moet achterlaten, en dat lukt Dautzenberg (1967) in de meeste gevallen bijzonder goed in zijn debuut

Deadline:
Wat het eerste opvalt is de inherente vreemdheid van alles. Een vergelijking met Kafka dringt zich op (…) Een prima debuut

L1 Radio:
De verhalen schreeuwen om voorgelezen te worden

Brabant Cultureel:
Je kunt ze niet uit de weg. Dautzenbergs verhalen blijven je achtervolgen als orakelspreuken (…) Dautzenberg beschrijft een ireële wereld die verrassend echt en bedreigend overkomt (…) Dautzenberg is een trefzeker schrijver. Hoe bizar de verhalen ook zijn, ze dringen zich aan je op als een apocalyptische werkelijkheid die de enige werkelijkheid lijkt

Hoeiboei:
Soms zijn de verhalen vermakelijk. Soms bloedstollend mooi. Soms uitermate gruwelijk. Soms erg melig en flauw maar tegelijkertijd ook weer verontrustend. En altijd absurdistisch (…) Het is bij Dautzenberg vaak humor van een rauwe, bijzonder bizarre soort, die niet iedereen zal bevallen, maar die vaak wel ontregelend werkt.

De leestafel:
Met die twee zagen op de omslag en de bevreemdende titel heb je geen idee wat je kunt verwachten, en na een paar verhalen weet ik het eigenlijk nog steeds niet (…) Het begint allemaal heel gewoon, maar de woorden rijgen zich aaneen op een heel eigen manier, en tenslotte zit de draad in de war. Wat is normaal, kun je dan vragen. Tja. Bij Dautzenberg weet je dat niet

Jasper Mikkers:
Er is op dit moment in de Nederlandse letteren geen auteur die met zijn werk en optredens zo ver gaat als A.H.J. Dautzenberg (…) Hij schept een wereld waarin alles kan en niets meer normaal is (…) Behalve door engagement munten sommige verhalen uit door een prachtige verbeelding van mededogen (…) De literaire kwaliteit van de verhalen is zo hoog dat het boek nergens moralistisch of amoreel wordt (…) Louis Paul Boon wilde mensen een geweten schoppen. A.H.J. Dautzenberg wil de mensen door elkaar rammelen

Th. A. Sontrop:
Na Hotz, Biesheuvel, Romijn Meijer (e tutti quanti) een nieuwe meester-verteller, maar wel héél anders…

Over Suikerfeest:
‘Het meest walgelijke stuk dat ooit op internet is verschenen’ (Het Vrije Volk)
‘De meest vieze gastbijdrage ooit’ (Propria Cures)
‘Een puntgaaf verhaal’ (NRC Handelsblad)
‘Monumentaal’ (De Jaap)